Hoeveel vrijheid krijgt jouw kind?

kind klimt uit bad

Zelf buitenspelen. Alleen thuis blijven. Het stokbrood snijden met een broodmes. Ergens in, uit of op klimmen. Kinderen willen graag alles zelf doen. Als ouder is het soms heel erg lastig om te bepalen wat wel en wat niet kan. Uiteindelijk moeten je kinderen natuurlijk leren om alles zelfstandig te kunnen, maar je wilt ook niet dat ze tijdens het leren gewond raken.

Ouders lijken steeds banger te worden om hun kinderen alleen te laten en zelf dingen te laten ervaren. Dat is ergens ook wel begrijpelijk, want als er iets gebeurt met je kind en jij was er niet bij, dan is de kans tegenwoordig heel groot dat dat als een lopend vuurtje over social media gedeeld wordt en jij ineens bekend staat als ‘slechte ouder’.

Een verschil van 9700 meter in 100 jaar

Toch zijn de verschillen in vrijheid tussen vroeger en nu bijna schokkend te noemen. Dagblad Trouw publiceerde een aantal jaar geleden resultaten van een onderzoek waaruit bleek dat in 1919 een kind van 8 gemiddeld tot wel 10 kilometer van zijn ouders verwijderd mocht zijn (kinderen gingen bijvoorbeeld de weilanden in, slootje springen, vissen of koeien pesten). Tegenwoordig mag een kind van dezelfde leeftijd vaak niet verder dan 300 meter van zijn ouders weg zijn. We willen onze kinderen wel vrijheid geven, maar alleen als dat in geen enkel opzicht gevaarlijk is.

Inmiddels beginnen steeds meer artsen en pedagogen echter aan de bel te trekken dat juist het ‘helicoptergedrag’ van overbeschermende ouders gevaarlijk is. Door kinderen de kans op falen te ontnemen, ontneem je ze ook de mogelijkheid te leren van hun ervaringen. Sommige kinderen zijn nauwelijks in staat hun eigen brood te smeren, omdat ze van hun ouders geen mes mogen gebruiken. Daar gaat overduidelijk iets mis.

Denk na en laat los

Uiteraard moet je hierin slimme beslissingen nemen. Een kind van 4 kan niet een uur alleen zijn, een kind van 9 doorgaans wel. Je beslissingen kunnen daarnaast nog afhangen van het kind (hoe verstandig of zelfstandig is dit kind), de gezinssituatie (is er een broer of zus boven de 10 die een kleiner kind even in de gaten kan houden) en de woonomgeving (speelt je kind buiten naast een doorgaande weg, een sloot of een rustig parkje).

Uiteraard is de regel dat hoe ouder het kind is, hoe meer vrijheid je het kind mag en kan geven. Bespreek daarnaast met je kind wat het moet doen als het een keer valt of in de problemen komt. Zodra je kind begrijpt wat de basale manieren zijn om te handelen bij problemen (hulp vragen, 112 bellen, niet bij vreemden in de auto stappen, enzovoort), kun je ze steeds meer loslaten.

Als je twijfelt wat je kind op welke leeftijd wel of niet zelfstandig kan doen, geven we je graag advies. Neem gerust contact met ons op.